|
Waar zou
het
gebeurd kunnen zijn?
- De vraag komt natuurlijk op, waar
de strandschuimerfase van de voorouders van Homo sapiens - Homo
litoreus - door de evolutionaire flessenhals zijn geduwd.
Waar en wanneer kunnen omstandigheden zijn opgetreden die zo'n adaptieve
selectiedruk hebben uitgeoefend?
- Uit DNA analyses is duidelijk, dat
de oorspronkelijke H. sapiens groep bijzonder klein moet zijn geweest.
De genetische variatie binnen de ruim zes miljard mensen in deze
21e eeuw is kleiner dan die in het handjevol chimpansees en bonobo's
- onze neven en nichten - dat nog over is.
Ook hebben we een chromosomenpaar minder en zijn er aanwijzingen
dat epigenetische aanpassingen voor snelle adaptatie hebben kunnen
zorgen.
Hoe het ook zij,de vraag blijft waar de "wateraap" tot watermens
kan zijn geëvolueerd.
Steeds komen we uit in Oost_Afrika, aan de kusten van de IndischeOceaan
en de estuarine mondigen van de rivieren die er op uitkomen.
Sommigen opperen de Danakilalpen in de Hoorn van Afrika als mogelijkheid
aan; die keten is lange tijd een reeks eilanden gewest, toen de
Afrikaanse Riftvallei zich verdiepte.
Je leest dat o. a. in het boek van de amerikaanse neurobioloog William
Calvin, The
River that runs Uphill.
Een mogelijkheid is ook, dat de eerste "stappen" in zee gezet zijn
in het gebied tussen Eurazië en de Indiase plaat, toen die
zich van Afrika en Madagascar naar het Noorden bewoog en tegen Eurazië
werd aangedrukt.
Dat resulteerde uiteindelijk in het omhoogstuwen van het Himalayagebergte.
een groot deel van de kreukelzone was een opgestoten oceaanbodem
waar een paar miljoen jaar archipelvorming plaats moet hebben gevonden.
Een deel is te vinden aan de Noordkant van de himalaya.
Is het waarschijnlijk dat een deel van de verre bipedalevoorlopers
daar zijn aangepast en na die reusachtige geografische veranderingen
op de Noordoostkant van continent Afrika terecht kwamen?
Besef, dat het om bijzonder kleine groepen is gegaan. Denk niet
aan de mens van nu, waarvan in de romeinse tijd naar schatting wereldwijd
350 miljoen plus of min een miljoen rondtrrokken, oorlog voerrden
en .... Alles wat wij nog altijd doen.
De oudste vondsten van onze soort Homo sapiens zijn ongeveer 350.000
jaar (plus of min 100.000). Dat waren vergeleken met ons anno nu
een schijntje.

5 miljoen jaar geleden (gedeeltelijke vorm)
-
Het gefragmenteerde eilandenrijk dat zich voorafgaand aan die botsing
in de "kreukelzone" moet hebben gevormd, kan voorlopers van mensachtigen
in een val hebben geplaatst, waar selectie op een semi aquatisch
leven plaatsgevonden kan hebben:

Adaptatieproces in het verre verleden. © Dirk Meijers
(klik voor vergoting)
Die complete archipel is "opgeveegd" en in de plooien van de Himalaya
opgenomen, de kans om er fossiele bewijzen voor te vinden is daardoor
vrijwel nihil.
Het idee dat de vroegste schreden op de weg naar het genus Homo
in die archipel zijn gezet is al eens als "Out of Tibet" gelanceerd.
Het legde een verband met een belangijk onderdeel van de geologische
geschiedenis van de Aarde.
De drijvende kracht achter de adaptaties
- Een centrale gedachte achter de litoreus
theorie is, dat onze voorouders op enig moment gedwongen waren om
wadend en duikend voedsel te zoeken, kinderen in het water te baren,
te spelen, een stem te krijgen en zwemmend gotere afstanden af te
leggen. Door zeespiegelstijging In de val geraakt in een archipel
waar zeevruchten in overvloed waren, maar ander voedsel schaars.
Als daarna de zeespiegel daalde, kon de voorloper (letterlijk) van
de mens op zijn
- "walkabout" langs kusten, estuaria,
rivieren en meren gaan. Met een overvloed aan drijfhout is het oversteken
van groter water op een vlot voorstelbaar.
Lopen en rennen op het land zijn dan secundaire aanpassingen. De
snelle verspreiding van de mens over de wereld is op die manier
ook verklaarbaar.
Misschien geholpen door een versnellend effect van de Kain-en-Abel
mentaliteit, verwoord in Genesis, de aangeboren intense xenofobie
van onze soort.
- Verspreidingsroutes
op basis van DNA
- (NB archeologishe
gegevens wijken hier wel vanaf).
- Klik
voor vergroting
- Het is denkbaar, dat zo'n scenario
zich meer dan één keer heeft afgespeeld. Eerst voor
Australopithecus, toen voor H. erectus en tenslotte voor H. sapiens.
In het laatste geval is de "gereedschapslist" van Homo onder grote
adaptieve druk komen te staan.
Eenmaal bevrijd van hun eiland gaf de in de stoompan ontwikkelde
techniek, samen met de erbij horende hersens H. sapiens een kikcstart.
Natuurlijk is dit allemaal een heel speculatief, maar well aantrekkelijk
beeld.
Tot voor kort werd het bestaan van heel kleine "inteelt" populaties
als onwaarschijnlijk beschouwd.
Maar dat is veranderd. Het feit dat ook kleine mensengroepen eeuwenlang
op kleine eilanden hebben overleefd maakt het voor de mens denkbaar.
- Een gedocumenteerd overzicht van
de mogelijke invloed van zeespiegelrijzing en -daling op de evolutie
van de mens geet het essay van geoloog Richard Little.
The InterGlacial
Island Hypothesis
- Zoek uit wat met epigenetische veranderingen
wordt beschreven.
- In welke geologische periodes is
India van Afrika naar Eurazië opgeschoven en hoeveel miljoen
jaar heeft dat gekost?
- Hoe "oud" is het Himalayagebergte?
- Zoek de belangrijkste fossiele groepen
voorlopers van Australopithecus (3 miljoen jaar) en check of in
de periode waar ze toe behoren covereenkomsten zijn met het idee
van " The Interglacial Island Hypothesis". Bron http://en.wikipedia.org/wiki/Genus_Homo
- Is er tussen de periode van het bestaan
van Australopithecus en de komst van Homo sapiens vaker sprake geweest
van aanzienlijke zeespiegeldalingen en -stijgingen?
- Als je de verzamelde gegevens overziet,
wat vind je dan van de kritiek dat er nooit fossielen van de zeekant-menachtigen
zijn gevonden?
Kies uit; op grond van deze informatie kun je stellen, dat
A de kritiek terecht is; er moeten fossielen gevonden wordenals
bewijs
B je geen oordeel kunt vellen, er is nog te weinig te weinig informatie
voorhanden
C het wellicht verklaarbaar is dat van een strandmens geen fossielen
zijn te vinden
Wat betreft de verspreiding van H. sapiens
langs kusten is intussen meer duidelijk. Zoals Carl Ortwin Sauer (zie"Start"
en "Bronnen") al vermoedde is voor Amerika duidelijk dat de route langs
de Westkust een belangrijke rol heeft gespeeld. Archeologische aanwijzingen
zijn door een duikteam opgemerkt en dat geldt ook voor een aantal elanden
langs de kust.
Zie ook Americas
ancient mariners
|