|
|
Sexuele dimorfie

Humans; NASA Pioneer 11 plaquette
Onderzoek naar watergebonden sexuele
dimorfie bij mensen
Als je de gegevens over de lichamelijke
verschillen tussen mannen en vrouwen die bekijkt, dan zie je dat
het deels overeenstemt met anatomische "stereotypen".
Paleoanthropologen gaan er op grond van skeletvondsten van uit,
dat die dimorfie aanvankelijk sterker was en dat die voor de mens
in de loop van zijn evolutie is afgenomen. als het je echt interessert
kun je het zelf nagaan: Zoek
op http://en.wikipedia.org/wiki/Sexual_dimorphism
uit wat bedoeld wordt met sexuele dimorfie en ga na wat hierover
bij de mens is vastgesteld.Een
deel is in het project Aquatic_reflexes_in_newborn_humans
opgenomen.
Er is een aantal van deze verschillen tussen volwassen mannen en
vrouwen, dat ook als restant van een vroegere amfibische fase kan
worden opgevat.
De "typisch" mannelijke en vrouwelijke kenmerken hebben net als
bij heel veel andere diersoorten een duidelijke signaalfunctie bij
het sociale gedrag van mensen.
Wij weten dat intuïtief en uitgebreid onderzoek met keuzemodellen
heeft dat ook ondubbelzinnig aangetoond.
Maar dat wil niet zeggen dat die functie de eerste aanzet tot selectiviteit
van die kenmerken was; het kan ook zijn, dat geslachtsgebonden specialisatie
tot aanpassingen heeft geleid, die daarna als bewijs van "fitness"
sexueel aantrekkelijk zijn geworden.
Iets dergelijks is voor veel soorten vastgesteld. Deze kip of ei
redenering speelt bij dit onderdeel een rol.
Het verschil tussen mannetjes- en vrouwtjesmensen zou vroeger groter
geweest zijn; door “zelfdomesticatie” (zoek op), zou
dat verschil kleiner geworden zijn:
Men meent dat onder meer af te kunnen leiden over het bij elkaar
aantreffen van resten van grote, zware en kleinere lichtere volwassen
Australopithecus individuen.
In de AAT wordt een aantal adaptieve aspecten genoemd, waarbij er
voor vrouwen een meer aquatische specialisatie wordt gezien dan
voor mannen;
- Vrouwen hebben een betere stroomlijn, bij zwemmen van belang.
- Vrouwen hebben meer onderhuids vet, dus een betere isolatie, van
belang bij langdurig verblijf in het water*.
- De verdeling van spier en vetmassa
maakt, dat vrouwen in het water vanzelf gestrekt blijven drijven,
terwijl mannen min of meer zinken.
Dat zou essentieel zijn bij het behoeden van vette, drijvende, dobberende
zuigelingen; vrouwen kunnen dat zonder verder gespartel om boven
te blijven.
NB: dit kan ook andere selectieve voordelen
hebben (gehad); reserve, die aangesproken wordt tijdens zwangerschap
en zoog periode en/of selectie in “teeltkeus”
vettere vrouwen zijn gezonder en kinderen hebben grotere overlevingskansen
(onbewuste sexuele selectie).
Twee van deze zaken zijn makkelijk te onderzoeken:
1. Gebruik een moderne digitale personenweegschaal, die totaal gewicht,
“lean mass” en vetmassa apart meet (via elektrische
geleiding).
Maak een standaard mens aan (man nog vrouw) in de instellingen van
de weegschaal en weeg vervolgens - als je die varantwoord kunt strikken-
een tiental mannen en een tiental vrouwen, min of meer (zwemkleding)
“schoon aan de haak”.
Gezien de delicate kwestie van het lichaamsgewicht is het aan te
bevelen dit wegen niet en plein public uit te voeren, maar discreet,
"om de hoek".
Rangschik de resultaten in een Excel tabel en bereken de hoeveelheid
vet per kg totaalgewicht in %; ga na of er inderdaad verschil is
tussen dames en heren.
Je moet hierbij van volgroeide personen uitgaan; minimale leeftijd
voor M 18 jaar, voor V 16 jaar (vrijwilligers in het zwembad?).
Je hebt evenveel M vrijwilligers als V vrijwilligers nodig.
Lukt
dat niet of wil je het niet zelf doen, dan kun je de gemiddelde
waarden ook van gezondheidssites halen.
2. Vraag (dezelfde?) vrijwilligers om in het bad een horizontale
drijfhouding (op de rug) aan te nemen; scoor het aantal vrouwen
en het aantal heren dat zo kan blijven drijven, zonder af te zinken
in een andere stand.
3. Turf en zet in een tabel: ga na of er verschil is en bereken
of dit significant is of niet (Kansrekening, hulp via http://www.ethologie.nl/methoden/forum.htm).
NB: je aantal waarnemingen is waarschijnlijk (te) klein voor een
betrouwbare conclusie, maar voer de gevraagde bewerking in ieder
geval uit. 4. Een speculatieve
mogelijkheid is, dat er een "gender" gebonden specialisatie is opgetreden,
waarbij vrouwtjes met zuigelingen en jonge kinderen veel meer in
het ondiepe vertoefden dan mannetjes.
Dat zou ook tot een grotere mobiliteit als " beachcombers" voor
mannen hebben kunnen leiden.
NB "vrouwtjes" en "mannetjes" gebruiken we pedant goenoeg voor ale
dieren, niet voor De Mens.
Zo'n dichotomie is bij veel soorten niet ongewoon en de man - vrouw
rolverdeling is bij mensen wereldwijd een hardnekkig verschijnsel.
Deze mogelijkheid wordt niet serieus genomen.
Deze wel:
Er is gesuggereerd, dat specialisatie van de vrouw voor het dragen
van een baby of peuter tot rechtoplopen kan hebben geleid. Het commentaar
uit de New Scientist vind je hier; Walking
tall to carry a baby
Geef een beargumenteerde mening over de beste keus wat jou betreft.
5.
Bevestig of verwerp de veronderstellingen.
Extra informatie
Over sexueel dimorfe kenmerken is meer te zeggen:
- De AAT theorie noemt het ontstaan van de borsten bij vrouwtjes
mensen als aanpassing aan het zogen van kinderen in het water. -
Of dit een mogelijkheid is, kun je op grond van de vorige opdracht
waarschijnlijk bevestigen.
- Ook wordt gewezen op de verschoven stand van de vagina bij de
mens en de frontale - op het land niet zo comfortabele en onveilige
- paringswijze die gemiddeld de voorkeur heeft; dit is dan een anatomisch
functionele aanpassing aan waaddiep water.
- De verhoudingsgewijs grote penis bij de mens zou daar ook verband
mee kunnen houden.
|